Onderdeel van AWL — Accountancy Weer Leuk Naar de hoofdsite
AWL. Rechtspraak
← Terug naar het overzicht

Accountantskamer ECLI:NL:TACAKN:2026:69

Prognose winst en kasstroom van een huisartsenpraktijk in een kinderalimentatiezaak

Een accountant stelde op verzoek van zijn cliënte een prognose op van de winst en kasstroom van haar huisartsenpraktijk, bedoeld voor gebruik in een kinderalimentatiezaak. De ex-partner van de cliënte diende een tuchtklacht in over veertien aspecten van die prognose. De Accountantskamer verklaarde alle klachtonderdelen ongegrond.

De zaak

Tussen twee voormalige partners ontstond een geschil over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. De ex-partner startte een procedure bij de rechter. De accountant van de vrouw stelde op haar verzoek een prognose op van de winst en de kasstroom van haar huisartsenpraktijk over de jaren 2025 tot en met 2027. Die prognose werd ingebracht in de kinderalimentatiezaak.

De ex-partner diende een tuchtklacht in met veertien onderdelen. Hij stelde onder meer dat de uitgangspunten in de prognose ontbraken, dat de kosten voor waarneming na het uittreden van de maat te hoog waren begroot, dat de inkomsten uit huisartsenpostdiensten zouden verdubbelen, dat geen rekening was gehouden met onderverhuurinkomsten en dat de winst in 2027 ten opzichte van 2024 onverklaarbaar lager was.

De Accountantskamer stelde voorop dat een prognose een toereikende grondslag moet hebben, de gehanteerde aannames en uitgangspunten moet bevatten en niet misleidend mag zijn. De Kamer beoordeelt niet de juistheid van de prognose zelf. Ten aanzien van elk van de veertien klachtonderdelen oordeelde de Accountantskamer dat de accountant zijn keuzes in het rapport voldoende had onderbouwd en toegelicht, dan wel dat het verwijt feitelijke grondslag miste. Alle klachtonderdelen werden ongegrond verklaard.

De uitkomst

  • Klacht ongegrond
Instantie
Accountantskamer
Uitspraakdatum
Gepubliceerd
Zaaknummer
25/3205 Wtra AK
ECLI
ECLI:NL:TACAKN:2026:69

Wat betekent dit voor de praktijk

Bij het opstellen van een prognose in het kader van een geschil over alimentatie of andere vermogensrechtelijke kwesties gelden specifieke normen. Standaard 3400 is niet van toepassing als de accountant geen assurance geeft. Afhankelijk van de context kan aansluiting worden gezocht bij de handreiking voor overige opdrachten en de handreiking voor ondersteuning bij potentiële geschillen.

Een prognose hoeft niet juist te zijn in die zin dat de werkelijkheid er later mee overeenkomt, maar moet wel een toereikende grondslag hebben. Dat betekent dat de gehanteerde aannames en uitgangspunten kenbaar moeten zijn en dat de prognose niet misleidend mag zijn. De grondslag hoeft niet uitsluitend op offertes te berusten; ook door de opdrachtgever aangeleverde informatie kan volstaan, mits dit transparant in het rapport is vastgelegd.

Wanneer een prognose wordt gebruikt in een juridische procedure en een wederpartij bezwaar maakt tegen de gemaakte keuzes, is de maatstaf niet of de accountant de meest voor de hand liggende aannames heeft gekozen. Zolang de aannames een toereikende grondslag hebben en het rapport de gebruiker niet op het verkeerde been zet, is aan de tuchtrechtelijke norm voldaan. Dit onderstreept het belang van heldere en volledige toelichting in het rapport zelf.

Lees de volledige uitspraak bij de bron ↗

Geef dit artikel cadeau

Stuur dit bericht naar iemand (of jezelf). De ontvanger krijgt de samenvatting, de bronlink én een kant-en-klare LinkedIn-prompt.