Accountantskamer ECLI:NL:TACAKN:2026:70
Volledigheid van verklaringen in een eerdere tuchtprocedure
Een accountant werd verweten de Accountantskamer in een vorige tuchtprocedure onjuist en onvolledig te hebben geïnformeerd. De meeste verwijten, gebaseerd op FIOD-documenten, werden ongegrond verklaard. Alleen het verwijt dat betrokkene zijn toegang tot een digitaal systeem niet had vermeld, werd gegrond geacht.
- Integriteit
- Tuchtprocedure
- Communicatie
De zaak
Deze zaak betreft de derde en vierde tuchtklacht die een klager heeft ingediend tegen een accountant die werkzaam was als opsporingsambtenaar bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). De kern van de klacht was dat betrokkene de Accountantskamer in een eerdere klachtprocedure onjuist en onvolledig zou hebben geïnformeerd over zijn toegang tot digitale bestanden en over geprivilegieerde stukken die zich nog onder zijn beheer bevonden.
Klager onderbouwde zijn verwijten grotendeels aan de hand van documenten uit een digitaal systeem van de FIOD en interpretaties daarvan. Daarnaast stelde klager dat betrokkene op basis van een proces-verbaal van december 2024 nog over verschoningsgerechtigd materiaal beschikte en onvoldoende bewijs had geleverd van vernietiging daarvan.
De Accountantskamer oordeelde dat klager met de overgelegde documentatie onvoldoende had aangetoond dat betrokkene de Accountantskamer destijds onjuist had voorgelicht. De meeste klachtonderdelen werden dan ook ongegrond verklaard. Uitsluitend het verwijt dat betrokkene tijdens de tweede klachtprocedure niet had vermeld dat hij wel toegang had tot een digitaal systeem, werd gegrond verklaard: de Accountantskamer oordeelde dat betrokkene op dit punt niet volledig was geweest in zijn verklaringen.
De uitkomst
- Klacht ongegrond
- Klacht gegrond met berisping
Wat betekent dit voor de praktijk
Accountants die betrokken zijn bij tuchtprocedures dragen een eigen verantwoordelijkheid voor de volledigheid van de informatie die zij aan de tuchtrechter verstrekken. Het fundamentele beginsel van eerlijkheid brengt mee dat een accountant de tuchtrechter niet op het verkeerde been mag zetten, ook niet door relevante informatie weg te laten.
De uitspraak illustreert dat het enkele feit dat een accountant strategisch advies krijgt om over bepaalde onderwerpen te zwijgen, hem niet ontslaat van de plicht volledig te verklaren over feitelijke omstandigheden die voor de beoordeling van de klacht relevant zijn. Toegang tot een digitaal systeem is zo’n feitelijke omstandigheid.
Voor de praktijk is van belang dat een accountant in een tuchtprocedure, ook als hij of zij processueel wordt bijgestaan, de inhoudelijke juistheid en volledigheid van de eigen verklaringen kritisch moet bewaken. Onvolledigheid op een specifiek punt kan gegrondverklaring opleveren, ook als de overige verwijten onvoldoende zijn onderbouwd.