Accountantskamer ECLI:NL:TACAKN:2026:71
Belangenverstrengeling bij aanstelling echtgenote als toezichthouder
Bij een cliënt werd de Raad van Toezicht opgezet door een vennootschap waarvan de accountant enig aandeelhouder en bestuurder was; zijn echtgenote werd voorzitter. Hij had onvoldoende maatregelen genomen tegen de daarmee ontstane bedreiging van zijn objectiviteit. De overige klachtonderdelen werden ongegrond verklaard.
- Objectiviteit
- Onafhankelijkheid
- Dossier
- Samenstellen
De zaak
Betrokkene was accountant van een zorgvilla voor kleinschalige ouderenzorg. Toen de cliënt moest voldoen aan de verplichting om een Raad van Toezicht in te stellen, werd die structuur opgezet door een vennootschap waarvan betrokkene enig aandeelhouder en bestuurder was. De echtgenote van betrokkene was bij deze vennootschap betrokken en werd voorzitter van de Raad van Toezicht. Betrokkene bleef ondertussen als accountant voor de cliënt werkzaam en stelde jaarrekeningen samen.
In het voorjaar van 2025 ontstonden zorgen over de financiële continuïteit van de cliënt. Betrokkene besprak deze zorgen eerst met zijn cliënt en vervolgens met de Raad van Toezicht, waarbij het scenario van een mogelijk faillissement aan de orde werd gesteld. Hierop ontstond een conflict, dat uiteindelijk leidde tot beëindiging van de opdracht en indiening van een tuchtklacht met tien klachtonderdelen.
De Accountantskamer verklaarde klachtonderdeel 1, over de onvoldoende maatregelen tegen belangenverstrengeling, gegrond. Betrokkene had weliswaar erkend dat de benoeming van zijn echtgenote een bedreiging vormde voor zijn objectiviteit en stelde maatregelen te hebben genomen, maar die maatregelen waren niet vastgelegd in het RvT-reglement of in zijn dossier, en werden in de praktijk ook niet volledig nageleefd. De klachtonderdelen 2 tot en met 10 werden ongegrond verklaard.
De uitkomst
- Klacht gegrond met berisping
Wat betekent dit voor de praktijk
De VGBA verplicht accountants om bedreigingen voor de fundamentele beginselen te identificeren, te beoordelen en toereikende maatregelen te nemen. Bij een samenstellingsopdracht geldt geen onafhankelijkheidsvereiste, maar het beginsel van objectiviteit blijft onverkort van toepassing. Een familierelatie met een toezichthouder van de cliënt vormt een bedreiging die serieuze aandacht vereist.
Mondeling overeengekomen maatregelen zijn in dit kader onvoldoende als zij niet schriftelijk zijn vastgelegd en ook niet in de praktijk worden nageleefd. De uitspraak maakt duidelijk dat waarborgen niet alleen moeten worden afgesproken, maar ook moeten worden geborgd in documenten zoals het RvT-reglement, en dat de accountant de naleving moet kunnen aantonen aan de hand van zijn dossier.
Vakgenoten kunnen uit deze uitspraak afleiden dat doorverwijzing naar een eigen vennootschap voor nevenwerkzaamheden bij een cliënt, gecombineerd met een bestuurlijke of toezichthoudende rol van een familielid, een aanzienlijk risico op (de schijn van) belangenverstrengeling meebrengt. Artikel 21 VGBA vereist niet alleen het nemen van maatregelen, maar ook een gedocumenteerde conclusie dat die maatregelen toereikend zijn.