Accountantskamer ECLI:NL:TACAKN:2026:73
Deugdelijke grondslag compliancerapportage vermogensbeheerder
Een externe compliance officer stelde een rapportage op over het beloningsbeleid van een vermogensbeheerder, terwijl zij wist dat het rapport in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. De Accountantskamer oordeelde dat de rapportage geen deugdelijke grondslag had, ondanks de vergaande conclusies die erin werden getrokken.
- Deskundigenrapport
- Vakbekwaamheid en zorgvuldigheid
- Objectiviteit
De zaak
Een registeraccountant trad op als externe compliance officer voor een vermogensbeheerder. In haar compliancerapportage van juni 2025 concludeerde zij dat de ingehuurde zelfstandigen uitsluitend vaste maandelijkse vergoedingen ontvingen en dat er geen sprake was van omzetgerelateerde aanbrengprovisies of verboden provisies. Een mede-aandeelhouder van de vermogensbeheerder betwistte die conclusie en stelde bovendien dat onduidelijk was op welke feiten en omstandigheden de rapportage was gebaseerd.
De Accountantskamer stelde vast dat de klacht uit twee onderdelen bestond: het verwijt dat de rapportage inhoudelijk onjuist was, en het verwijt dat de rapportage geen deugdelijke grondslag had. Het eerste onderdeel werd ongegrond verklaard, omdat de klager onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vermogensbeheerder daadwerkelijk verboden omzetafhankelijke provisies betaalde.
Het tweede onderdeel werd wel gegrond verklaard. De rapportage trok vergaande conclusies, met bewoordingen als 'beoordeling', 'gecontroleerd aan de wettelijke eisen' en 'conclusie', zonder dat daarvoor een deugdelijke grondslag was. Betrokkene had de directie geïnterviewd en een notitie van de directie zelf als bijlage opgenomen, nam bij het hoofd van de administratie genoegen met een ontkennend antwoord zonder de betalingsgegevens in te zien, en bekeek van de acht zelfstandigen het contract van één. Betrokkene wist bovendien dat het rapport zou worden gebruikt in een juridische procedure. De Accountantskamer verklaarde dit klachtonderdeel gegrond wegens schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
De uitkomst
- Klacht gegrond met berisping
Wat betekent dit voor de praktijk
Een accountant die werkzaamheden verricht als compliance officer valt ook voor die werkzaamheden onder het tuchtrecht, zodra hij of zij daarbij vakbekwaamheid als accountant toepast. De kwalificatie van de opdracht als ‘intern’ of ‘niet-assurance’ ontslaat de accountant niet van de verplichting een deugdelijke grondslag te verkrijgen voor de conclusies die in de rapportage worden getrokken.
Wie in een rapport concludeert, moet die conclusie zelf kunnen dragen. Termen als ‘beoordeling’, ‘gecontroleerd’ en ‘conclusie’ wekken verwachtingen, en de onderliggende werkzaamheden moeten daarbij passen.
Vakgenoten nemen hieruit mee dat wat het management vertelt geen zelfstandige onderbouwing is: kijk ook naar de onderliggende gegevens, en kies een waarneming die past bij de omvang van wat je onderzoekt. Weet de accountant bovendien dat zijn rapport in een geschil of procedure zal worden gebruikt, dan rechtvaardigt dat extra zorgvuldigheid bij de onderbouwing van de conclusies.